Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Maud Vanhauwaert

12 I Reveil

 

ik heb ze nodig, de dichters
de levende en de dode
om hun verzen te knopen aan elkaar
tot een prikkeldraad waar de dood
niet overheen kan  

je kan er niet mee naar de oorlog
 bovenal leven zij in hun verwaaide
 hoofden, struikelen al over een komma
 dwalend onder het blauwe licht van
verlegen lantaarns  

en toch, ik heb ze nodig, nu meer
dan ooit de dichters de levende
de dode, hun verzen op spanning
 hun gewogen woorden
nu mijn taal zich terugtrekt

het eb is in mijn lichaam
 en de leegte zo groot, maar zo
onaanzienlijk groot, maar zo
onaanzienlijk,

maar zo.

 

Uit de brief van Maud Vanhauwaert aan alle Antwerpse dichters:

 

Aan alle dichters van Antwerpen

Of u nu een dichter bent die schrijft voor het plezier Of een dichter die schrijft voor het geld
Een dichter die schrijft voor het plezier èn het geld uit noodzaak of voor de aangename kwelling

Aldus, dichters van Antwerpen, zullen wij ons eens verenigen?

Ik nodig u graag uit op 1 november, Allerheiligen, in het Schoonselhof, de grootste begraafplaats van Antwerpen, waar zoveel dichters begraven liggen, bekende en minder bekende, waaronder Paul van Ostaijen, Herman de Coninck en Alice Nahon.

Met zoveel mogelijke levende dichters wil ik de dode dichters eren. Ik kan mij geen betere plek en moment voorstellen; blinkt de poëzie niet het meest als in het aanschijn van de dood?

...

Ik vraag u dus, dichters altegader en aller talen, of u op 1 november tussen 16u-19u aanwezig kunt zijn op het Schoonselhof. Ik lach nu al in mijn vuistje bij de gedachte dat ik zal kunnen zeggen: vandaag viert de poëzie bot!

Maud, uw stadsdichter van dienst