Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Maud Vanhauwaert

10 I Deze Oude Lieve Vrouw

Al eeuwen waak ik over alle daken 

priem ik prompt het zwerk in, voel ik de richting 

van de wind, stel ik een vraag die niemand kent

 

Verheven in mijn kantwerk van steen 

onderging ik het allemaal, de vlammen

beeldenstormers, ze likten mij uit, roofden mij leeg 

 

Ik ben een vrouw van vele ribben en beuken 

maar bleef staande, een kranige bejaarde

met een beiaard die al eeuwen luidt 

 

 

Nu zie ik iedereen aan mij voorbijgaan

slechts een enkeling bezoekt mij nog

praat met zachte stemmen in het duister

 

Ik voel mij kromtrekken op gekartelde sepia 

ansichtkaarten, je kan jezelf kijkend naar mij

de geschiedenis inschrijven, maar laat mij niet alleen 

 

Van het verleden zijn. Meer nog 

dan onder een Alziend oog ben ik het oog 

van de storm van de stad, tijdloos toevluchtsoord

 

 

Welaan dan, laat de stilte in u galmen

een koor uit u kiemen, eer uw ouden van dagen 

en zij zullen voor u pralen, in onverlichte nissen 

 

Liggen mijn geheimen verscholen 

in meesterlijke drieluiken ga ik voor u open 

laat mij u midscheeps met verstomming slaan

 

Schrijf deze oude lieve vrouw niet af

al hang ik aan katheters, aarzel niet

vooral nu ik haper

 

                        nader.