Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Tom Lanoye

7 | Open en brood

Tijdens het openingsweekend van ABC2004 werd onderstaand gedicht op honderdduizend gratis broodzakken verspreid - het leeuwendeel door de Antwerpse bakkers als reguliere broodverpakking, en zevenhonderd exemplaren door de stadsdichter die ze op de Groenplaats met telkens twee koffiekoeken vulde en uitdeelde.

Open en brood

Is 't om dat urenlang en bovenarmse kneden van
maagdelijk wit en toch naar bosgrond ruikend deeg?
Of door 't gekoter in zo'n roodgestookte oven?
Maar brood maakt mij zo geil en mals lijk boter.

Wie kan de versheid aan van het kadetje? Weerstaan:
de ruige ronding van de tijgerpistolet? Een bruine bol
gaat onder meel en zonnepittenpuisten schuil — en
toch: zijn smaak maakt mij zo geil en wee lijk boter.

Ik ken een man, die wordt onwel alleen al van
de geur van zijn mastel. Een matrone, die huivert
om de blanke stengels naast haar minestrone. En
ik word van mijn stokbrood al zo ijl en geil lijk boter.

Zelfs als ik denk aan de horreur waarbij een kleintje
— zo'n rogge met rozijntjes! — op een plank gelegd
de kartels van een broodmes moet trotseren, dan
nog maakt mij dat lijden geil en zweterig lijk boter.

Ja, ik beken. Het breken met de hand, het machinale
snijden, al dat geweld maakt mij van langsom heter en
devoter: niets lijkt mij heiliger en groter dan een brood...
Waarom ben ik maar mens? Was ik niet beter boter?