Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Ramsey Nasr

2 | achter een vierkante vitrine

Op vrijdag 22 april 2005 werd de nieuwe stadsbibliotheek Permeke geopend op het De Coninckplein.  Gelegen in Antwerpen-Noord aan een plein dat altijd bekend stond om zijn prostituees, zijn drugs- en alcoholverslaafden, zijn homocafés, huisjesmelkers en veelgekleurde bevolkingsgroepen wou de bibliotheek een positief cachet geven aan deze buurt.
Op 23 april werd het gedicht voorgelezen voor een overvol De Coninckplein, voornamelijk bevolkt door mensen uit de buurt. Ramsey Nasr wordt nadien onthaald op een minutenlang applaus.


achter een vierkante vitrine

och meneer
ik zeg het maar gelijk het is
t is allemaal de schuld van die kubus
met glazen kubussen niks als last
je te jure
             t is een ander ras
                                     maar soit

dees hier was altijd een nette buurt
met fatsoenlijke hoeren afrikanen verslaafden
portugezen albanezen polen pakistanen
chinezen en proper tramjeannetten
enfin marginalen gelijk gij en ik
alles ging goe en nu krijgen we dit

weet gij wel dat wij hier indertijd
t pikant brooike martino nog
hebben uitgevonden met zijn allen
ja maar ja maar
                     i am sorry zenne

da was hier nen non stop color copy center
met zijnen telefoon home en zijn avenue vaseline
dees wijk da is vlaamse geschiedenis tiens
waaraan hebben wij toch die kubus verdiend

s morgens vroeg dan beginnet al
dan komen ze dáár uit hun vierkanten hol gevallen
t is lettertuig meneer
                             t zijn allemaal kakkerlakken
as ge erop trapt dan leggen ze eikes met inkt in
dat hebben ze mij toch verteld alleszins

en dan komen ze u groeten o my god
da moetes meemaken
                             wá is dá zeg
s morgens vroeg staan ze daar plots lijk zot
jan en alleman ne goeiendag te wensen
'dag bloem
               van je ploem
                                ploem
                                        ploem'

en eeldendag paukenslag he meneer
                                                 ja maar
wa kunde daar nu nog op zeggen
                                             niks begot
ge kunter nuldeballen aan doen
                                          t is pure maffia
vroeger nepen ze hier al eens goe in uw kont
maar dat is er allemaal niet meer bij
                                               allez ja
dees mensen laat ik het pats boem zeggen
dees mensen zijn anders
                                 gelijk als bij ons

en maar citeren en roepen en tieren
en op keiharde vooizekens he meneer
want zo zijn ze wel ja
                             ze jagen hier
de basketters en marokkanen weg
t is van den hond en soms
                                    och soms
dan vechten ze met de nachtegalen zeg
spugen ze puntkomma's los op de grond

of dan hangen ze rond bij den
toebak alcohal frish drink winkel
waar da ge enkel nog tippex kunt kopen per kilo
of leeslint of tweedehands witregels
weet ik het ik zeg het
                              't is louche en t stinkt

ik heb ze hier op straat al
heelder stukken alfabet weten vreten
rap en rauw uit zakken van den aldi

dealers heb ik loden letters
lijk stiletto's op de grond zien kletteren
dees mensen hebben geen respect

en as ze worden opgepakt
dan staan ze daar sito presto terug direct
met andere woorden van dezelfde letters
wa moete daar nu nog tegen beginnen
t zijn allemaal blaaikes en dwaallichten

zie meneer
              pakt nu da joenk in de zaza
neffens t café karibu daar
                                   zietana
                                             zietana
neeje ge moet em nikske geven
dan geraakte daar never nooit nie meer van af
heelder uren zit hem daar nu al
                                         zo van
'en wie smikkelt er hier weer
kibbele koebele klatersap
aan den 1e döner kebap van de dag?'
t is de koningszot van t pleintje
ons guidoke gelooft
in t rinklend twinklend waterdinkske
zingende zagen en palm palm pasen
dan zit hem daar uren gans allene
wa voor zich uit te wiegele wenen

da meneer
              is de magic spell van de kubus

ja vroeger was t beter
geeft mij maar ne neger
een hoer of een jeannet
maar da mode nie meer zeggen
want dan zijde nen
                          nen
ja wa zijde dan
                    arrez kroket

alleman terug naar zijnen eigen kubus
alinea recta fabiola rasa opzomeren

dattadier gedaan is met carrouselleren
schaamteloos rijden ze langs meneer
op zoek naar dunpapieren dames
naar alma met de vlassen haren
of de wijven van zichem

op hun achterbank liggen 1e drukken open en bloot
boekenmelkers met glanzend opgespoten kaften
vlaamse taalpooiers da zijn t
                                      ze bezetten de stad
ons eigen stad
                    met letters naar hun eigen hand

in dees donkere dagen van overlast was t
da bibi helemaal krikkel kwam geworden
bibi doecht doemetoch nu is t genoeg
ik maak die groene kubus kapot met mijn pollen
enough is enough
                        ribedebie
                                    i am sorry zenne

ik nam afscheid van t plein en voor ik t wist
was ik achter t glas van de groene kubus
verdwenen

ik moest binnen door een deur
                                        toen t gebeurde

nen onbeschrijflijke geur van gestold schrift
pakte me van den ingang vast bij de neus
aan een haak wier ik olapola over de balie
gezwierd gescand gelijk ne zebra moestekik
zwart wit gans alleen langs een oprit draaien
met mijn voeten ging ik omhoog naar t eerste
tot azzik bleef steken
                             en maar fout parkeren
met da lichaam van mij in die volle permeke

door schuivende kasten werd ik omgeven
met daarin weer
                      naast mekaar
                                        duizenden boeken
of hoe noemt da
                      papieren klapdeuren
platgeslagen baboesjka's
                                 precies boeken ja

ik schoof er een uit de rij tevoorschijn
t opende zich vaneigens in mijn twee stille handen
en dan
         patat!
                 boem!
                         & ochot:
                                     kroket!

ik dook snel weg op losse schroeven maar mijn oog
bleef haken aan de venijnige curve van een stuk C
ik struikelde over de uitgestrekte poot van P
hoofdletter O had mij reeds compleet omsingeld
al lezend keek ik toe hoe L me lijk boter doorboorde
hoe een zalige X mijn lijf verdeelde in 4
16
   64 hitsige woorden
                            en zo verder

ik voelde
een kokende waas van orangebloesem
             (wa zegt bibi nu)
zich over mijn roestig gelaat heen leggen
             (is daar iemand)
hoe ze mij demonteerden
             (wie zennekik)
lijk een kolonne smeltende mieren
             (of zilverviskes)

ik was aan t zeveren meneer lijk zot
ik wier zot
              lijk zotte guido

mijn haren kwamen verrukt van de grond
overeind lijk duizend zachte komma's
en directement trok ik niet alleen mij kleren
maarn mijn lijf zelf met alle fluwelen weerhaken
die ik aan me had
                       had ik mijn alles
                                            uitgetrokken

en buiten
achter die deuren in mijn hand daar stond de wereld
vol paniek op mij te wachten
                                       maar ik meneer
ik op mijn zonverlichte bodem
met de schuine lucht in postvakken boven me
ik stond wezenloos op mijn eentje te bloeien
tussen ijzeren kasten lijk een open
een vochtige bloedrode brief

en het kon mij niets nog schelen
ze mochten alles begot met me doen
overgeleverd aan dit weke dit erogene brein
schoot ik op en neer tussen kasten van permeke
ik schoof ze uiteen
                         en bekeek ze van binnen
stiekeme kabardoesjkes van me
soepele benen van papier

1 voor 1 en alfabetisch
opende ik mijn vlaams hoofd
om ze erin te kunnen bewaren
als een bosbrand
als krijsende groene papegaaien
tegen een tropische rotswand

maar toen ik dan eindelijk vurig en klaar
alle letters in tongen tot mij had genomen
toen begon het
                     ik zeg u
                                het kwam
daar
braken ze langzaam weer naar buiten
door mijn glanzende huid
                                 als haaientanden
ik lag doorzeefd
in mijn eigen vlijmscherpe zweet

sinds die eenzame dag achter de kubus
ben ik leeg meneer
                         een lege vitrine
onstilbaar droomt mijn lichaam nu
van boeken
                als van een no go tienerhoer

sinds die dag
die volmaakt en vernietigend was
heb ik dorst als een holte
verberg ik mijn lusten binnenin
diep in een hongerig maatpak

en ik heb een gezin
meneer helpt u mij

ik ben slecht
t was begoocheling der zinnen
woordarmoede
wat u zegt

ja ik heb lettervraat
maar ik kan mijn schuld niet eten

ziet u meneer
dit valt mij zwaar
maar
heeft u
misschien
een letter voor mij
om thuis te geraken

meneer
kunt u een letter missen
voor een slaapplek
maaltijd
ik kom nog net een halve letter
tekort voor

nee
ik zal eerlijk met u zijn
ik heb het vandoen
ik heb het gewoon nodig
ik moet naar de kubus
nu

nu meneer
helpt u mij
en ik zal
u en mij
verbeteren

ik geef toe
ik ben de getande zwakkeling
ik ben lezer geworden

ik moet zelf eten
zelf schrijven
vuur met vuur bestrijden

letters verzamelen
rond dit verhitte lijf
ze vastbinden
africhten
als inktzwart bestek
meneer

ik moet eten
meneer

ik moet
dit plein
deze stad
met taal terroriseren

ik moet
als een plaag
van wandelende blaren
doorheen de stad

ik wil een overlast
voor de mensen wezen

            ik zal
            mijn wankel volk

            op nieuw

            le ren

            le zen