Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Ramsey Nasr

4 | zoo mensch zoo dier

Een gedicht voor de Antwerpse Zoo.  Voorgesteld tijdens de finissage van een tentoonstelling van Tom Liekens over de spanning die in dierentuinen bestaat tussen cultuur en natuur.
De volgende dag drukte Gazet van Antwerpen het gedicht af. Ze konden het nog juist verdelen over twee volle pagina's.

zoo mensch zoo dier

het waren de franse dagen van olim
de koning bezat een jaguar
twee stinklama's en een schele flamingo
maar om dat nu meteen een zoo te noemen
bizarre speelkameraden waren het
                                              onaantastbaar
als vliegende narren
                           vleesetende sieraden

tijdens de franse revolutie vond men het fair
naast mensen ook dieren (en planten) vrij te laten
tijgers, poema's, panters in de style galante
ook dat waren slaven van dikke louis
liberté pour tous! dus open de kooien!
kom poesjepoes
                     allez hop
                                 met zijn allen
retour à la brousse

voor de zekerheid bleven ze toch maar zitten
achter verbeterd slot en grendel weliswaar
om als mensideaal te kunnen aanschouwen
de menagerie werd het schrijn onzer onschuld
(herboren stak men de nonnen in brand)

toen de rook van de revolte ging liggen
kocht men tijgers aan democratische prijzen
werd de openbare zoo een feit

sinds 1843 is ook antwerpen een moderne stad
naast het royal-de-luxe houten station
werd een tuin van stalen kooien gebouwd
de plek was helaas reeds bewoond
een onthutste autochtoon moest toezien hoe
langzaam een park rond zich aangelegd werd
met paarden, geiten en vreemde gewoonten
wat kwamen die zoozigeuners hier doen
waar moest nu ons lieve plataantje naartoe?
het zette zich vast aan de ingang
                                             bleef en groeide
koppig voort tot een geheugen van 3 meter omtrek
sindsdien staat de boom hele dagen ter plekke
door te zagen hoe schoon
                                   hoeveel beter het was
o eeuwen van schors en overvloed
in een stilstaande stad van chlorofielen
lang voor de invasie der wilde dieren

tijdens de aanvangsjaren der zoo
zat er meer leven in die ene boom
dan in de beesten
                        dat had een reden
de eerste directeur bezat een jammerlijke hobby
hij leed aan een vorm van taxidermie
vol passie zette hij op
                             het ene na het andere dier
ja alles wat hij aanraakte viel stil
                                            hij stopte
paradijsvogels vol, ezels, zwanen uit kamtsjatka
en zette ze tevreden rond zich neer
daarnaast hield de verzamelaar
(naturaliste plein de goût et d' instruction)
                                         geweldig van jagen

bij de feestelijke opening in 1843
stond de hele collectie stijf van ijzer en stro
in natuurlijke houding tussen de gasten
een boom en een handvol dode dieren
leek geen sterk begin voor een zoölogie
de receptie was om af te stoffen
                                            zo gezellig
je kon er een glazen oog horen vallen

gelukkig stond de directeur open voor vernieuwing
en frisse ideeën
                     waarvan dit er 1 is

     hedenmorgen aan de zoologique te antwerpen
     veiling van natuurhistorische voorwerpen

levende dieren bezaten een wonderlijk vermogen
tot splitsing
                de alzo verkregen extra exemplaren
kon je onafgebroken verkopen
                                        de tip van de eeuw
opgezette dieren raakten snel uit de mode

op een estrade zat het beest genummerd te wachten
tot de circuseigenaar of handelaar in dierentuinen
in elk geval een dierenvriend
                                      zijn bod uitbracht
op de zelfreplicerende multiple koopwaar

papegaaien en pauwen vlogen de deur uit
een olifant stond voor 10.000 frank in je tuin
maar elk neergelegd bedrag verbleekte
bij de reuzenklepper aan het einde der dag
de succesformule van de antwerpse zoo
omvatte 2 nogal vruchtbare nijlpaarden
bij wie het werkelijk alle jaren prijs was
voor 25.000 frank werd je de gelukkige winnaar
van een dikhuid
                     geinig voor die van ons thuis

ook ongeboren dieren boerden goed op de veiling
voor 1 frank was men reeds in het bezit van een
bevrucht hoenderei
                          plus garantie

tot slot konden leden een abonnement nemen
op melk
          getapt van verse zoogdieren
rechtstreeks uit het warme roompaviljoen

niet alle beesten werden echter verkocht
in 1847
kon men zowaar de 1e antwerpse chimpansee
op zondagmiddag champagneglazen zien ledigen
aan de tafel der directeur die er schik in had
met mes en vork dineerden ze samen op het terras
van hun châlet
                    als een franse god en zijn éphèbe

ah bobo, offrez-moi une banane s'il vous plaît

de zoo werd een mix van melk & champagne
een hangplek voor beesten & bourgeoisie
waar iedereen
                   van kraaghagedis tot glansfazant
zichzelf was

minzaam verscholen achter stapels petits fours
wuifde je met de waaier in de linkerhand koket
naar de fraaie industriële kraanvogel
aan de overkant van het terras

het was bekend dat geslachtsrijpe wijfjes
uit de hogere antwerpse échelons zich
vastsnoerden in allerhupste crinolines
om aldus getooid vol bont en veren
hun stevige lijfgeuren af te scheiden
in de hitsige richting der jongeheren
lichtvochtige kuisheidsbroekjes
deden huwbare dochters klokken en kirren
want ook rijke stinkerds hebben liefde nodig

de meeste jongemannen echter
gingen met wandelstokken de tuin in
om er de dieren mee te prikken
                                         ze dood te slaan

toen men gebood de wandelstokken
aan de ingang der zoo te deponeren
sprak men daar zeer de schande van
een man zonder stok is geen heer

maar de liefde
                   ach de liefde der mensen
hun geheime afspraken bij het hoornvee
tussen duistere bosschages zag men ze
mannen
           se conduisant en gentilhomme
en hun maîtresses
                        flemend, vezelend
elkaar violerend als bruine bizons

ja dat was fijn
                    in het aards paradijs zonder proleten
toen het volk nog niet in de vorm van het nachtdier
de dag kwam belagen
                             o nog niet
binnenviel in onze zoologique
om op ons terrein te willen ontwaken
grote god en de standing der menschen!
de zoo was een ark
                          geen openbaar vlot

goed dan
            twee van hen mochten binnen
de eerste orang-oetan werd trots aangekondigd
als de reusachtige boschmensch jack
en sinds 1846 had de zoo ook eindelijk
zijn eigen neger
                     jefke

jefke was geschonken door een gulle kapitein
hij werd als portier aan de ingang gezet
en verrek
            het hogere volk stroomde binnen
jefke was zonder met zijn ogen te rollen
een zoölogische topattractie geworden
louter en alleen door zichzelf te zijn
dat klinkt vreemd maar orang-oetans
én negers meende men te kunnen beschaven
door hun breinen ontharend toe te spreken

jefke mocht trouwen met een meid uit boom
directeur eenzaam noemde hem zijn zoon
om liefdevol met jefke champagne te drinken

de dieren werden behoorlijk verwend
twee maal per week speelde de militaire kapel
eenieders favoriete mars voor koper en slagwerk
maar ook aan verstilling werd gedacht
vanaf 1855 verrezen grote tempelcomplexen
in egyptische, moorse en indische stijl
zodat de wilde beesten naar wens hun eigen
godsdienst konden beoefenen
                                        overgangsrituelen
van zoo naar vrije mens
helaas bleek het magnificat van olifant en antiloop
minder glorierijk dan men gehoopt had
en ook het paleis werd ondergescheten
enkel in de tempel der moren
namen struisvogels zichzelf als edele dieren serieus
in gebeden verzonken verrees hun majestueuze kont
het hoofd zonk neer
                           en kuste de bodem
tot ver onder de grond

de faam der antwerpse gastvrijheid deed de ronde
met treinen arriveerden ze op het station
                                                       meer dieren!
van de nederlanden ontving onze zoo zelfs
een al te kolossaal cadeau
                                   per post verstuurd
had het de grootte van de betere arbeiderswoning
kilometers pakpapier werden afgestroopt in ploegen
tegen de avond zag men eindelijk wat het was
een walvis
wat lief
gratis aangespoeld op het strand
                                            hoogachtend
                                                             holland

levende dieren gedroegen zich van nature
anders dan dode
de meeste dronken maar mondjesmaat champagne
en allemaal kregen ze last van ontsnapping

zo was zondag 7 juni 1868
op zich een prachtige dag
in de gemeentestraat namen de passanten
tijdens een ommetje in gesteven jas
juist de hoeden voor elkander af
(hoe vaart u, och ik mag niet klagen
moeder de vrouw is wat pips vandaag)
toen daar ook een tijger de hoek omsloeg
en de heer A met monocle en das
verrassend snel opvrat
zondag was voor 1 keer gehaktdag

moeder de vrouw ontving een rente
haar verdere pipse leven lang
en tevens een gratis gezinsabonnement

ook 10 julli 1885
werd een dag om niet licht te vergeten
een neushoorn ging zitten op wannesje stevens
en merkte
             niets

wannes werkte nog maar pas in de zoo
dat is sindsdien zo gebleven
toen de neushoorn opstond was wannes stevens
3000 kilo en een mensenleven lichter

soms kreeg je de indruk dat het die dieren
weinig kon schelen of wij er nu waren of niet
de oude fauna leek onverbeterlijk

gelukkig had je sinds kort de congo
daar ontstonden in 1901 een paar nieuwe dieren
onder zwarte sterrenhemels werden ze geboren
1 voor 1 en uit het niets
                                okapi's
door god geschapen om bij ons te komen wonen

levende okapi's waren zeldzaam
omdat ze van schrik konden sterven
voorzichtig probeerde men ze in kisten
het ondoordringbare woud uit te dragen
ze stilletjes drie werken op een stoomboot te zetten
ze in slaap houden op de trein
dan met een schip over zee en oceaan
om ze hier in europa weer in te laden

de eerste vertrok in 1907
het was een jong van 1 maand oud
toen deze na 12 jaar nog niet arriveerde
besloot men een 2e exemplaar te sturen
deze kwam aan
                     schrok in antwerpen alsnog
en stierf
vele anderen schrokken na hem

voor de gezondheid van okapi's werd gevreesd
maar niet genoeg

het gaat beter sinds men fluistert tegen
het splinternieuw bedreigde dier
alleen de fanfare bezorgt een okapi
slechts nu en dan nog een miskraam

de congo is een land van breekbaren
in hetzelfde stille woud van okapi's
woonde een uiterst zeldzame pauw die
zodra hij voor het eerst werd aanschouwd
ter plekke verpulverde

tegen de tijd dat men besefte dat je
brozer, veel brozer moest zijn voor de dieren
was het 1914 en moest men ze doden
aan het begin van deze oorlog schoten verzorgers
32 dieren tussen de oren
eerst de leeuwen
                       tijgers
                               beren
                                       panters
daarna de gifslangen
de wolf en de jaguar tussen hen in
lagen stijf in hun huiden leeg te bleoden
op het slagveld van erbarmen

beter dit
dan wilde beesten in de stad
of in de handen van duitsers
dacht men

na 4 jaar in loopgraven
snakten de soldaten echter
naar berenklauwen vol genade
de welgemikte beet van een slang
beesten had me nodig in de oorlog
meer beesten en minder vooruitgang

na de oorlog
zwom enkel nog een handvol oneetbare vissen
als antieke hiëroglyfen rond in de kommen

uit heel de werld kwamen de tuinen antwerpen te hulp
ijsbeerjongen uit kopenhagen, rotterdamse antilopen
new york zond gloednieuwe wolven, beren, bizons
poema's namen een ekele reis uit buenos aires
dublin schon ons zijn mooiste leeuwin
                                                  en zie
het leven was opnieuw begonnen

bij de 2e wereldoorlog had men betere bommen
de dieren lagen koud in hun kooi
volgens bekende procedure
of ook het aquarium explodeerde
in scherven vlogen de vissen uiteen

ook de winter was streng
tropische dieren stonden rechtop
bevrozen achter tralies te wachten
opgezet als zachte soldaten

de verwoesting was onherkenbaar en groot
er hing spijkerschrift in de antwerpse zoo

de mensen waren onomkeerbaar
veranderd in hetgeen ze waren
geen champagnedrinkende aap
geen beest was jaloers
eerder had men te doen met dit nachtdier
dat zogend ooit de dag was ingekropen
met een hoofd als een hoopvolle handicap
verloren gelopen op kunstbenen zo leek het
doelloos verdwaald in zijn eigen beschaving

na de bevrijding der mensen
was er tijd voor wraak en vertier
verraders werden kaalgeschoren
tentoongesteld in de lege kooien
dat werd al rap onfatsoenlijk geacht
en verboden
                 beestachtig was het

vanaf hier
op dit nulpunt van de vooruitgang
kon het alleen maar beter gaan
de 50'er jaren waren naakte tijden
van stilstaan
                 opbouwen
                               en vooral
van allesomvattende argwaan

en daar
in deze broodnodige dagen
herkreeg onze stad in glorie zijn vacht
dankzij die ene harige engel
HIJ, mensachtige held van antwerpen!
en wij kusten zijn voeten
                                  aanriepen zijn naam
want gust de gorilla was gekomen
hij kwam bonmama en bonpapa
redden van de miserie
                             kijk dan
en ze deden hem na
                           hij was nog geen jaar
of gust werd een voorbeeld voor de mensen
wie vocht als kind met leeuwenwelpen?
hercules? neen gij sukkel
                                 gust!

elke antwerpenaar zonder kloten aan zijn lijf
wilde zijn gelijk hij
                        en alle dames weenden
om de aap die zijn vrouw zo robuustelijk liefhad
gust kon dat, zijn cora kon dat, alle gorilla's
ter wereld getuigden van een wezenloze liefde
waaraan het sinds ijstijd de mensen ontbrak

in het park van de oude geheugenplataan
toonde gust aan bezoekers zijn apenhand
hij streelde bedaard cora's vacht met de ene
en sloeg met de andere tegen het glas
gust wist wie hij van nature was
een bokser verzorgd door kinderartsen
maar hij hield van haar

toen gust in 1988
stierf aan de gevolgen van zijn bloedeigen hart
lag de binnenstad er gerafeld bij
vanachter zijn muur van geharnast glas
bleek gust sinds de oorlog heel antwerpen
met zijn zwarte vuisten aldoor te hebben
opgebouwd en warmbehaard bijeengehouden

het belang van antwerpen
ligt al jaren als glazen relikwie
in de frigo van de zoölogie

en de andere apen maar losbreken
vreemd genoeg bleken apen gehecht aan onze stad
de ene hing vastgeklampt tegen de stationsgevel
hoorde onder zich treinen vertrekken naar verre
exotische oorden
                       luchtbal, heide, lommel, dam
en dacht weet je wat
                             ik blijf in antwerpen hangen

een ander nam niet eens de moeite te ontsnappen
met de vrijheid per ongeluk pal in het vizier
bleef hij zitten waar hij zat
                                    in zijn thuishaven
het was in het geboortejaar van de stadsaap
een verzorger vergat de deuren te sluiten
en hop
         daar stond het beest al
                                         sterk en luid
met vreemde twinkels in zijn ogen
ontzet trachtte de man het geval weg te duwen
dat moet je niet doen bij gorilla's
                                            want
gorilla's willen bijten
kermend sloot de man zich op in zijn kooi
wachtend
             hopend op iets van bevrijding
de gorilla zelf wandelde intussen
op zijn pom-pom-gemak door de dienstgang

vurig begon de verzorger te bidden
dat de aap niet de anderen zou gaan bevrijden
de orang-oetans
                      de chimpansees
                                           o nee

die angst was buiten het beest gerekend
dat rechtstreeks doorliep naar de keuken
alwaar het zich volzoop met bussen melk
kratten bananen vrat, een pond rozijnen
en de rest eens goed in de rondte smeet

zo, zei de gorilla voldaan
dat is ook weer volbracht
hij waggelde terug naar zijn buitenverblijf
daar kwam de verdovingspijl al
                                         precies op tijd
hij voeld het amper (goedenacht dames & heren
morgen is er weer een dag)

heerlijk uitgeslapen werd hij wakker
in een kooi
               zoetgeurend naar angstzweet
ergens
         vaag
               bekropen het beest
gemengde gedachtes aan een eenzaam feest
op zijn enige vrije avond ooit

de zoo is in feite
een reservaat voor eenzaten

geen wonder dat er mensen onder ons zijn
die s nachts naar binnen willen kruipen
zich door hun zoo laten insluiten
                                           dat bestaat

zo had je de man die zijn neushoorn kwam voeren
dagverse groenten wierp hij haar toe
                                                 als handkussen
hij verborg zijn ivoren liefde in het donker

andere mensen weten dan
                                    ik word verzorger

ik houd van verzorgers

verzorgers verlaten hun huis voor een zeepaard
hun koninkrijk voor een kleine gorilla
onzichtbaar waken ze over pasgeborenen
over zieken en stervenden
                                   in hun hart
zouden ze ieder dier apart willen afschermen
een goede verzorger nam vroeger zijn tijgertjes
mee naar huis
                   spreidde zichzelf uit tot een moeder

wij mensen
               hebben met man en muis getracht
de dieren te leren zich goed te gedragen
lijk in de natuur
                     een goede verzorger echter
verdraagt daardoor geen mens in hun buurt

maar het blijft een zoo
                               geen vijfsterrenjungle

bedreigde vogels krijgen van onze verzorgers
een lauwwarm kunstei om op te zitten
terwijl het echte exemplaar uitgebroed wordt
door een liefdevolle kipmachine die stipt op tijd
als een mama de eieren om en om draait
is het kuiken eenmaal klaar
                                    dan wordt het direct
met scherven en al naar de ouders gebracht
op een zilveren dienblad

en wanneer de moeder haar kroost verstoot
wel dan brengen we zelf het kuiken groot
onze gast zal nu voor altijd denken
dat zijn verzorgen een eenzame vogel
of dat het elf een vliegende mens is

zo veranderen we allen vroeg of laat
in verschillende zeldzame vogelsoorten

misschien is de zoo een home voor de lonely
club med voor de stilaan stervenden

maar
voor wie hebben we dit park dan gebouwd
voor wie werden ruïnes en rotsten geschapen
waarom harkten wij de warme savanne bijeen
hele grotten hingen we op
                                   ijsvlaktes en lianen
wij knutselden de volledig intacte nacht in elkaar
luchtgordijnen
                   warmtebronnen
                                        aan alles dachten we
typische geluiden
                       wie maakte het onweer in de tropen
wie huisvestte de bliksem
                                  wie liet hem los
                                                       voor wie
voor wie kwamen wij elke dag verse lucht opwarmen
tralies hebben we vervangen door water
                                                      door natuur
omdat wij deze filterkamer
                                   deze kleine woestijn
een diepzee voor hen wilden zijn
                                           niet zelf scheppen
echt zijn

wij wilden in elk geval de zeldzaamste dieren
voor de duur van een mensenleven bevrijden

inderdaad
             wij zijn de goden der zoölogie
wij beheren het stamboek van de okapi
het dunne boek van bonobo en congopauw
wij zijn hoeder
                   zijn vernietiger
                                       van leven en dood
zijn wij de tweede natuur geworden

er was een verzorger die eigenhandig
de eieren voor zijn pinguïns pelde
hij sprak methen in een pinguïntaal
tsjip tsjip tsjoep droogde hij ze af
en zodra eej kwaskum moekki moekki
legde hij ze zacht in de broedkast

wanneer het sneeuwde in antwerpen
nam hij zijn pinguïns uit wandelen
om samen naar de bezoekers te kijken
daar gingen ze
achter de sneeuwende top van jehova aan

later liet de man zich een pinguïnpak maken
hij sloot zich op in zijn prachtige passie
en ontsnapte
                  als koningspinguïn
ging hij eindelijk soeverein over straat

ik benijd dat vermogen
die grote holte aan te raken
binnenin jezelf te omarmen
ik kan het niet

misschien ben ik daarom
vandaag op een zomermiddag in 2005
in het zwevend geraamte van de walvis gekropen
om kalmpjes hierboven af te wachten
gelijk een ander in zijn appartement
het einde van onweer zou afwachten

in de broedende schemer van een mensloze rust
zal ik straks van hieruit de tuin inrollen
                                                    s avonds
stilstaan tussen dieren als tussen een ei
omringd door zachtmoedige dreiging

geen gekrijs, geen gegak en geen gejengel
alles lijkt stil aan zichzelf te beginnen
in een soort ruisen
                         wandelend onder helroze hemel
zal elke stap op dit kiezelpad mijn eigen volle
deemster doen losweken
                                 het verbergt al mijn benen
in steenvissen, sidderroggen
                                      in pladijzen
zie ik op de bodem mijn voetstap verdwijnen
elk dier kan vanavond ontsnappen
                                             in mij
ik, plataan, ben het vage geheugen
waar olifanten hun wiegedans van soefi's uitvoeren
waar onder water rustig een zeehond bellen blaast
waar een piepkleine woestijnvos luistert naar zand
waar de hengelvis zwart als het zeilschip in mij is
waar ik opbrand als een gouden pijlgifkikker
                                                          daar
begint ook het aarzelend rondwandelen van okapi's
van ringstaartmaki's, tamandoea's, daar ook zijn
groene leguanen en roodsnavelhokko's
                                                   ik kijk
hoe ik opga in de vorm van sneeuwuil en glimvogel
verander in mijn donkere nachtblauwe congo
waar niemand ziet hoe ik ontwaak
                                             slaapwandel tegelijk
hoe ik overvlieg met broze pauwen
                                              hoe ik in mijn zoo
mijn stad ontstijg

vanavond blijf ik staan in mijn zeldzame flonker
ik ben de voorzichtige verzorger van beesten in mij