Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Ramsey Nasr

5 | de changeur

Op 28 augustus 2005 werd Wannes Van de Velde in de Bourla-schouwburg geëerd.  Ter gelegenheid daarvan schreven bluesgitarist Roland, Pieter-Jan De Smet en Ramsey Nasr samen een lied, als ode aan de man die de laatste jaren moest knokken tegen een slopende leukemie.  Een dag later plaatsten de Gazet van Antwerpen en De Morgen de tekst als stadsgedicht.


De Changeur

van de nacht emmekik ne ketter gezien
schoon en stil stond em onder de maan
te zingen tegen het steen, tegen het water
en wijl dat em zong dan changeerden em
langzaamaan zelfst in een magere zee

in deze nacht zong em om schepen
tintelend lichaam wacht op regen

en bij zonsopgang stond em nog altijd
lijk ne schemer tussen riool en jasmijn
hij kost maar niet kiezen tussen felrooie liefde
en razernij om zijn vermassakreerde stad
en changeerde vaneigens in 2 kapiteinen

en ene kapitein hield em schuil in den dag
onder krulvarens, mos en het laag kreupelhout
en dien andere kapitein liet em varen: omhoog
steil omhoog naar de zon, naar stille mansardes
daar zitten ze nu op malkander te wachten

en gij changeert in dromen lijk het water
en gij changeert, ge duizelt over de aarde

gij ga
        van bolbliksem to blinkvloeker
        van juke-boxer tot druivenplukker
        van minnelonk zonder stoef of palatie
        tot poesjepoppen met schelige gratie
        van wappers en geuzen en waterratten
        van breugels en van de zatte gordijnen
        van stalen boren en sanderjon
        en van eenzame, eenzame vlaamse
        zakken vol spijt en beton

antwerpia staat in uw hart geplant
laat deze stad u nooit doen wijken

op klaarlichte dag sta ne zanger lijk een groep
en hij kost er de zwarte botten niet stoppen
of de bruin enveloppen die dat em vervloekt
maar hier op zijn eentje omhelst em het steen
zijn gitaar is een lief voor de magere zee

gij schoon, schoon stamp in t gat
         van modelprovincialen
         van jezuïtenklap
         van politiek ajuinen
         en van t weldenkerschap
gij schoon, schoon toeffeling gij
         van de malkontenten
         van sentimentele generaals
         van blazen en cenakels
         en van soi-disante flaminganten
gij schoon, schoon wannes gij

en a ge dan wilt varen gij wannes: doeget niet
changeert liever zelfst in t scheld met een lied
gaat niet varen, blijft hier, bezingt uw rivieren
uw verrenuweerde straten en uw jeugd
er steekt een bitterschone deugd in u

                                                   blijft hier

antwerpia staat in uw hart geplant
laat deze stad u nooit doen wijken
ge vindt er in verre zeeën geen gelijke
verdwaalt met ons nog ene keer
vervloekt ons – maar blijft hier

                                                   blijft bij ons