Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Bart Moeyaert

16 | 52 kaarten

'52 kaarten' is het laatste stadsgedicht én een afscheidscadeau van Bart Moeyaert. Hij schreef dit gedicht in opdracht van het Nationaal Museum van de Speelkaart / Tram 41 (Turnhout) en Antwerpen Boekenstad.  Het kaartspel is vormgegeven door Gert Dooreman en geïllustreerd door Gerda Dendooven.


52 kaarten

1.
Maak een tegel schoon.
Ga erop staan.

2.
Breng aarde aan.
Plant rozen.

3.
Zwaai naar een schip.
Gil bye.

4.
Is de boot lek, roei dan aan dek.
Help hozen.

5.
Let op wu rug.
Vertil u niet.

6.
Zinkt de boot toch,
red u dan niet, maar zwem.

7.
Zwem wat u kunt.
Zwem door.

8.
Schoolslag is slecht.
Blijf recht.

9.
Of overeind.
Of is een ander woord voor keus.

10.
Een keus is leuk.
Een keus is fun.

11.
Kies een spreuk.
Een Leitmotiv.

12.
Leer iets.
Bijvoorbeeld Duits.

13.
Duits is niet erg.
Dat spreekt de buurman van de Pool.

14.
De Pool kent een Roemeen.
Hij heeft een fiets.

15.
Te leen is lief.
Dat klinkt erg goed.

16.
Wat klinkt er botter dan:
'Je mag hem niet gebruiken, dief?'

17.
Van fietsen zijn er veel.
Ook dat klinkt goed.

18.
Wat klinkt er beter dan te voet
als er niet eens op iets met maar drie wielen wordt gelet?

19.
Kom overeind.
Blijf wakker.

20.
Sta ergens voor.
Uw hoofddoek, uw Madonna.

21.
Zing eens voor het loket.
Zing eens erachter.

22.
Vertel iets wat u nooit vertelde.
Doe het een keertje niet op de televisie.

23.
Vertel het mij.
Vertel het hem, van man tot man.

24.
Verhef uw stem.
Maar denk eerst na.

25.
Zit u hier graag.
Of zou u liever liggen?

26.
Vindt u een vraag vervelend?
Wilt u het antwoord voorgekauwd?

27.
De prak.
Zo heet het voer van alledag

28.
Niet alles wat wordt opgeschept
moet in uw bord.

29.
Bij het kaarten slaat u straks uw slag.
Dat is een troost.

30.
Troost u.
Troost iemand.

31.
U weet niet wat u meemaakt.
Dat is waar.

32.
We weten nooit waarin we zitten.
Verwikkeld in een kluwen van belangen.

33.
Beter zijn of liever nog de beste.
Uw adem staat ernaar, ocharm.

34.
Wat u vergeet, is bijna alles.
U wilt graag winnen.

35.
Hoe vaak herhalen we ocharm
terwijl we zinken, hozen.

36.
Versrikkeluk,zeggen de buren.

37.
Hier komen we nooit uit.

38.
Zou u geen tegel zoeken?
Erop staan?

39.
Iets eten?
Vis of vlees of groente,
breder reikt de keuze niet.

40.
Hoe gaat het met uw rozen?
Kijkt u er nog naar om?

41.
Naar mij?
Naar mij kijkt niemand om
als ik erop let of iemand kijkt.

42.
Ik sta graag stil.
Breng aarde aan, en water.

43.
Vergaren is des mensen.

44.
Heeft u nog energie voor mij, voor drie?

45.
Of meer?
Aan hoeveel denkt u als u hoort
dat er vele hongerigen zijn?

46.
Meer dan u wilt?
Wordt u nu stil en minder?

47.
Zult u straks nog te vinden zijn
voor poker of patience?

48.
Stemt het u mild,
een tegel van uzelf?

49.
Uw eigen rozen.
Dát klinkt pas als bezit.

50.
Uw spelletje met twee

51.
Uw spelletje geduld.

52.
Zet water op.
Voor thee.