Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Peter Holvoet-Hanssen

Welkom Pierewaaiers

Een poëtische woordenstroom van 3,2 kilometer lang. Met dit lange lint van beton bracht Peter Holvoet-Hanssen een poëtische ode aan het water en de stad. De tekst is 3,2 kilometer lang, telt 6300 letters en leestekens en loopt op de waterkeringsmuur van de Schelde helemaal van noord naar zuid. De stadsdichter schreef deze 'woordenstroom' niet alleen, hij kreeg hierbij de hulp van meer dan 500 Antwerpenaars die hem zijn poëtische woorden over de Schelde bezorgden. Ook de Jongerenstadsdichter Yoni Sel deed zijn bijdrage en schreef het nieuwe gedicht ECOCIDE dat een onderdeel vormt van het Kaaiengedicht. Tot slot verwerkte Holvoet-Hanssen ook enkele fragmenten van bestaande gedichten over de Kaaien en de Schelde. Een belangrijke plek kreeg het 'wandelgedicht' van de taalkunstenaar Herman J. Claeys zaliger die zijn gedicht in 1991 op de waterkeringsmuur schilderde. Als hulde aan deze dichter werd een gedeelte van dit geëngageerde gedicht hernomen in 'Welkom pierewaaiers'.



Welkom Pierewaaiers

1

Welkom pierewaaiers, brokstukken poëzie drijven op de woordenstroom van 'Antwerpen koekenstad, kem u altijd liefgehad' 'Mijn plekske, daar, ergens aan het water' 'armoezaaier, aan de kaaien, waar 't zal waaien' 'bij de laatste groet' 'de verzopen muis bij hoog water' dus 'laat ons WELKOM op deze kaaimuren schrijven' met verzen die kwamen aangewaaid zoals uit die school aan de overkant: 'daar het havenland proef het vlees der zee dat geen rust kent monding aller wegen zot is de wind die meeuwt ginds bij de olifanten om de oren slaat' of hier: 'werp uw dromen in de spiegel van de Schelde, die ze weigend naar het grote water brengt' ~ volg de kreeftengang der kasseidichters ('Ik ben de kaaiman. Ik doof de lichtjes van 't Scheld' 'leunend tegen de muur met luie ogen'), zie die kaaienbijter: 'mijn Doel in het vizier' en kaaienkuiers: 'Zittend op de waterkeringsmuur, droom ik van een muur die het tij van de wereld keert' 'dan zie ik de ruisende vingers van de wind de Schelde strelen' 'Mijn hemel kleurt magentarood' ('Wat gebeurt er achter deze muur? Tragedie en romantiek' 'Neemt mijn tranen

2

mee naar zee' 'Elk straatje een herinnering' 'Geen ekster die klapt, geen kraai die krast; en het geluid van een wakkere merel' 'het geluid van een nieuwe dag' en 'de combi hobbelt weg, de zon valt op Linkeroever') ~ lees wat de Ludo schreef: 'Hier onzen Antwerpsen bassèng Ne Congoboot aan de kaai Daar staat een natiepeerd aan een kreng Ze laden en lossen er in hels lawaai En over de loopplank

3

onder de zak in 't ruim bonen schepen of antraciet Zoute vellen keren met gemak 't Zijn buildragers of zakkenwijven die ge ziet.' - als HAVENKLANKEN sprekende stenen: 'Noordkasteel vanachter mijn raam daar waar bomen moeten blijven staan' 'Onze waterlanders vloeiend daar, onze kinderkopzorgen hier' 'Ik bracht mijn havenwerker zijn vergeten brood' 'terwijl madame Françoise aardappelen schelde' 'ruik ik de geur van touw en teer' ~ of aangespoeld: 'mijn hart gedragen

4

over de golfjes' 'klappende handen' 'Jiassou baba' 'Dag stad, dag kathedraal, dag meisje aan de kaai met je tranen en je dromen over later' ~ een spooksteneling kreunde 'ze gaan de hangars toch niet

5

slopen' in 1991 'POËZIE IN UITVOERING' van

6

HERMAN - ware kaper, vergeef me, mijn linkerbeen was haast gerecupereerd, mijn rechterlong heeft zich aan stofwolken bezeerd; met permissie der poëtische pijpleidingen mag ik u citeren, die immer het tij enterde om te keren: 'bouw jij hier een nieuwe vesting "Fort Europa" met angstvallig mensendichte muren en schaarse doorgangspoorten zoals deze afsluitbare waterdichte waterkeringswal? ~Jij die nu langs de kaai flaneert: sla hier een bres in deze dijk, de dijk van jouw dwangmatige verweer tegen het schielijk springtij van je ongeremde drang, sla hier een

7

brede bres, een niet te dichten gat in jouw verschansing, al te getemde wandelaar, en laat je vloedgolf kolkend razen landinwaarts en overspoel de starre stadsbewoners met jouw storm, wees onbeteugelbaar in het onstuimig stuwen van je bloed, sloop bouwsels, muren en strukturen die jou betuttelend bevoogden als 'n schier onmondig kind, - wees windhoos, onweer en orkaan; Maar werp een dam op tegen haat, een keringsdam van woede tegen bekrompen rassenwaan en stuurse vooroordelen die

8

deze oude metropool, de trotse wereldhaven, een reuk van rottigheid bezorgt, een stank van bruine pest nog meer beklemmend dat het gif dat industriebaronnen ons met de barre noorderwind het strot in blazen, ongestraft: werp daar een keermuur tegen op, en dijk die kanker in!' zoals het gedicht ECOCIDE van Yoni de JongerenStadsdichter: 'Indien een jongeman gaarne schilderijen maakt Heeft hij

9

papier nodig voor zijn idee Dus bossen scheren ze poedelnaakt Voor in zijn atelier De natuur die hij wou schilderen is echter verloren geraakt Maar er is GEEN PLANEET B Als een jongevrouw gaarne snel de andere oever bereikt Staat in het bos dwarsdoorsnee Het been van de Lange Wapper afgedijkt Ondanks een welgemeende NEE Geen politieke kat die ernaar omkijkt Maar er is GEEN PLANEET B Wanneer een planetenjong gaarne zichzelf verteerd Dankzij een consumptiemaatschappij, zo onvree Wordt de revolutie niet gemediatiseerd Er is geen PLANEET B' ~ 'Wapperende vlaggetjes' 'bekaaid' 'in slaap vallen in je betonnen armen' ~ Charley seint: 'Onder deze

10

letters vloeit het water geboren op 49°59'12,95" NB - 3°15'59,4" OL' ~ Anna Roza fluistert in de oren van de dag en nacht: 'Een zucht vliegt Langs de wolken De donder regent De wind is soepel Hij tiert En doet de bomen kraken Dakpannen dansen De stad leeft' ~ van 'Geen muur tussen mij en de rivier' en

11

'elke Antwerpenaar draagt u in zijn kloppend hart' tot Kristo: 'Je kunt er rennen, sprinten en spurten Maar ook luierend, kuierend, Zonneklaar en verruimend, Met een fles Italiaanse rooie, Even van de stadsdrukte bekomen ~ mijn stad, Ik houd van U!' en Monica: 'Zweef, tril, wankel Van Montevideo tot Mexico In donker sap spoorbalk Roestig zinderend Gladjanus op rails Balanceer zonovergoten Geurende Meurisse ~ Effen de weg langs olie en vet ~ tot aan de mast' en Marco: 'Kaaien, roestige sporen, versleten biels Haastige schepen, verstilde fluit Park van schepen Stille getuigen Gesloten museum Gepasseerd verleden Roestige hangars, gebroken glas Opkomende zon, weerkaatsende stralen ~ Opkomend groen ~ Laten wij hopen' ~ (hey, waar is Samira en

12

Abdul?) ~of Janno: 'De stroom verwekt de stad Werpt een burcht. Antwerpen bloeit. Haar toren beiert het water tegemoet begroet het, waait het weer uit. De Schelde leeft, klimt en daalt opnieuw en opnieuw Wat bemint de mens die kracht! Maar liefde moet beschermd worden, stormen begeleid!' Rina, zie wie aanmeert ~ hoor LA ESTERELLA ~ 'Kom hier bij' ~ 'mijn wilde fee' ~ 'soms hoor ik de stemmen van vreemde matrozen zoekend naar goedlachse vrouwen

13

op de kaaien van weleer' en zeeman Niek: 'Poort naar de verten Herinnering aan toen Je toren een baken Mijn Schelde, mijn thuis' en Rik: 'Onbestaand Aanwezig zijn De schoonheid van het verschil Verbleekt in de sleur van dagelijks leven De zuurtegraad breekt op Als een laatste orgelpunt' ~ Pomerio schrijft: 'Over de stroom vliegt de meeuw weer voorbij, Met haar vleugels gestrekt, wit en zijd; ~ Aan de stroom staat de dichter, en droomt van de reis, Zijn handen op 't roer van de Tijd; Maar het Licht, en de rust van de ziel zijn de prijs, het heimwee en lijden ten spijt.' ~ ZEEREUZEN: 'VOORBIJ GLIJDENDE ATOLLEN VAN WIT, ZILVER SNIJDEND DOOR WATER ~ OPTREKKEND NAAR HET GRAUWE, BLAUWE LINT VAN DE RIVIER' ~ oude brieven, afgedamd: 'Verspreid als toekijkende getuigen', 'migranten zullen er altijd zijn ~ op blauwe steen gezeten op de ankerpaal', 'weer naar huis',

14

'Gééf mij de kracht om verder te gaan'; verwaaid, wat staat er hier: 'OH MOOIE ADER VAN WATER EN LEVEN NEEM MET JE TIJ DE ONVERDRAAGZAAMHEID MEE' 'kleurrijk Antwerpen' 'met je mosgroene mutsjes aan' en 'Ik betaal graag verstaangeld Aan de bank van lening Bij de inlossing van het verlangen Naar het grote wonder, Daar aan het eind, de zee' ~ 'Dood tij, de kaai leeft op, spreidt haar muren voor ze wegebt' en 'Maakt uw zwijgen onderdanig aan het koninklijk gekrijs van wie zweeft en glijdt

15

tussen wal en water' ~ 'gij raakt ons land met uw zachte slag en draagt de vogels op uw rug' 'mijn zinnen verloren' kostbaar wordt nu elke dag' 'nog mooier rossig' 'avondzon wordt ochtendzon en terug ~ naar de wijde monding' ~ 'gij zijt echt een zonneke' ~ mijn schat, hoor de wind, 't is de Wannes die zingt

© Woordenstroom/gedicht van 't Stad, 10 juli 2011
StadsPeter Holvoet-Hanssen 'in the mix' (schreef wat niet tussen haakjes staat)