Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Peter Holvoet-Hanssen

6 | De inwijkeling

Het zesde Stadsgedicht - met dank aan het districht Hoboken - kwam tot stand ter gelegenheid van het 875-jarig bestaan van Hoboken. Het is tevens ook het eerste stadsgedicht dat naar een district trok. Op 8 mei 2011 werd het gedicht plechtig ingehuldigd. Op 25 juni 2011 kon men voor het eerst 'inwijken' in Hoboken. Vanaf het Steenplein vertrok de Festina Lente richting Hoboken. Het literair ontbijt op het schip werd feestelijk opgeluisterd door Les Musicaux en gevolgd door een literaire wandeling in Hoboken. Begin januari 2012, n.a.v. het Wintervuur-festival, werd dit project afgesloten met het literair-muzikale programma 'De inwijkeling' op de poëzieboot richting Hoboken.
Het gedicht was vanaf december 2010 te zien op twee grote canvassen naast de Onze-Lieve-Vrouwekerk aan de Kioskplaats en ter hoogte van de Antwerpsesteenweg. Daarnaast kreeg het ook een permanente plaats aan de aanlegsteiger van het veer Hoboken-Kruibeke in een ontwerp van Jelle Jespers. Het gedicht ligt boven of onder de waterspiegel, naargelang de getijden van de Schelde.
'De inwijkeling' groeide in samenwerking met twee dichters. Frank De Vos, uit Hoboken, schreef de eerste, niet cursieve strofe. De uit Nederland ingeweken Bert Bevers tekende voor de twee volgende, niet cursieve strofen.



De inwijkeling

Oksel van de Schelde.Stervensklaar ben ik er aangespoeld.
Landbouwers, ze baarden zeebouwers en doopten ze in naam
van de Zwarte God in het schuim van Den Beer. Geen korenaar
die nog wiegt maar in de schaduw van de volle maan een reus.
Luistert naar het polderbos, metaalmoe. Rafelig de eik
maar weerspannig als de melkkar van Patrasche. Ik schuil en hoor:
"Morgen schijnt de zon als gisteren, een ster die schiet in 't goud."

Shana was hier - parkkiosk, wat groen - met Jessy en Yanice
en drie dichters, voor de foto. Een vos komt uit zijn hol. Schrijft:

Met een erehaag van woorden besmeren wij je boke
met de navel van de wereld, beetgaar, veelkleurig.
Hoe wijdbeens soms, stonden wij in verlopen tijd:
een knellende schoen, kortademig van huis tot stad gelopen.

Dan een beverhoofd. Die snor! Zijn antwoord is van ebbenhout:

Boke, bootje, Congoboot. Je bent verslavend als
een medicijn. Het hart moet rustig zijn, en kan dat
in een oude kroeg. Daar ginder achter in de polder
ligt een oot met Congob af. De oot zal nooit verloren

gaan. Ballades van inwijkelingen weerklinken er
met harde moed. Alsof je hier niet geboren hoeft te zijn
om hier vandaan te willen komen ...

© stadsgedicht Antwerpen nr. 6, 12 december 2010
Peter Holvoet-Hanssen m.m.v. Frank De Vos en Bert Bevers