Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Peter Holvoet-Hanssen

4 | Salette

Peter Holvoet-Hanssen resideerde begin mei enkele dagen in het Paleis op de Meir en schreef daar samen met zijn 'maîtresse in de poëzie', Ruth Lasters, een vierde Stadsgedicht. Op 23 juni werd dit gedicht - samen met het bijbehorende kunstwerk 'Carrier Pigeon' (Jelle Jespers & Kevin Hoste)- voorgesteld op het balkon van het Paleis op de Meir voor de winkelende voorbijgangers en in de magnifieke Spiegelzaal voor de belangstellenden.
De tekst in cursief werd geschreven door Ruth Lasters.



Salette

Mijn vorstelyck cauwke,
ontsnapt uit een schouw, ach je bed werd een buffet
het paleis een kooi van bladgoud en kristal – kijk die kakstoel
zat je daar maar in het zonnetje in je kattenjaponnetje
een gele eend parkeert haar rode auto bij de hoge esdoorn
dan landde ik als een lieveheersbeestje op je borst, zochten we
de goudvissen op het dak en zag je in mijn ogen een oude
landbouwer, hij legt een deken over een zieke koe
en vijf chocoladekevers in je mond die de dienstboden opgeilt –

Chevalier chéri,
soms wil ik ’s nachts samen met de dienstbode in spiegels stappen.
Maar dan hoor ik jou ademen in alle zalen alsof je slaapt onder
de houten vloeren en in je bedstee niet jij ligt maar het licht dat
gisteren hier hing tijdens die ene korte wals. Vannacht heb ik de
grootste, fraaiste goudvis van het bassin op het dak naar onze
dienstbode Gilbert genoemd. En die vale schimmelvis noemde ik
naar jou. Ik ving hem in mijn hand en wilde gauw een scheurtje
maken in zijn linkervin, maar toen stond je plots achter mij, ik zei:
‘Je smaakt naar bloemkoolchocola en je bent kleiner dan je denkt,
behalve ’s nachts.’

Gij koude korenblomme,
kibbel maar de paarden terug in de stallingen, zadel mij op met je
geheime gangen, gil, krijs, kom klaar – vertoon weer inktvlekken
dit paleis begint ervan te zingen

© Stadsgedicht Antwerpen nr. 4, 23 juni 2010
Peter Holvoet-Hanssen i.s.m. Ruth Lasters