Antwerpen Boekenstad

a a
facebook twitter flickr

Peter Holvoet-Hanssen

Stadsdichter 2010-2011

Iedere stadsdichter vult zijn ambt heel persoonlijk in, zo ook Peter Holvoet-Hanssen: van intieme en complexe gedichten tot klinkende gedichten die je kan (mee-)zingen. Met een ongebreidelde energie trok hij de stad en de districten in, op zoek naar de stem van de stadsbewoners, naar zielsverwanten en reisgezellen, om samen met hem te dichten. Het resultaat liegt er niet om: Peter Holvoet-Hanssen schonk maar liefst zeventien stadsgedichten en vier gedichten van ’t Stad, die volledig bestaan uit bijdragen van stadsbewoners, aan zijn stad.
Vaste stadsgedichtenontwerper was Jelle Jespers - samen braken ze ook qua vorm het concept 'stadsgedicht' open.



Verkenning van het ‘stadsgedichtgenre’

Peter Holvoet-Hanssen verkende de grenzen van het ‘stadsgedichtgenre’. Hij wilde het genre opengooien, wat al blijkt uit de eerste regel die hij schreef: “Zing, mijn stad, open u –“. Hij ‘opent’ zijn gedichten voor zoveel mogelijk mensen, van matroos tot 100-jarige, van havenarbeider tot student.

Met het nieuwe concept ‘gedicht van ’t Stad’ wist hij jong en oud, ingeburgerde en inburgerende te begeesteren. Hij kaapte hun woorden om ermee te dichten. Dit uit zich heel expliciet in de gedichten Stop de teller, het tweede luik van Deurnroosje en het Berchemse Aangedaan. Daar is niet één woord van hemzelf. Hij leende de woorden telkens bij jongeren.

In diezelfde trend stelde hij op eigen initiatief, op kaperswijze dus, de JongerenStadsdichter Yoni Sel aan. De jonge dichter Yoni Sel rapte het gedicht Stop de teller tijdens de opening van het AEYC2011 en schreef  een onderdeel van 'de woordenstroom' Welkom pierewaaiers op de waterkeringsmuur.



Samenwerking

Opvallend is dat verschillende Stadsgedichten het resultaat zijn van samenwerking. In zijn Stadsgedichten liet de StadsPeter stemmen van dichters, zielsverwanten, reisgenoten en inwoners van stad Antwerpen aan het woord. Bij zijn aanstelling droomde hij ervan om samen te werken met een dichter uit Wallonië. Uiteindelijk zouden grenzen veel verder worden getrokken. De ontmoeting met de Zuid-Afrikaanse Charl-Pierre Naudé inspireerde hem voor zijn Reuzenlied (met Reuzenwijsje). De Friese dichter Tsjêbbe Hettinga was te gast op de boottocht bij de inwijding van het gedicht Scheldeduiker op de Festina Lente. Dichter bij huis schreef hij poëzie samen met Noëlla Elpers (Torenlied en Ezeltjeslied), Ruth Lasters (Salette), jongerendichter Yoni Sel (Stop de Teller en Welkom Pierewaaiers), Frank de Vos en Bert Bevers (De inwijkeling), Joris Vercammen (Rockox), ‘troubadour van Ekeren’ Marc Purnaels (Vrijbrief), Kris Verellen en de 100-jarige Irène Deweerdt (De Laatste Wacht). Hij kaapte woorden van scholieren (Stop de Teller, Deurnroosje en Aangedaan), van de inwoners van Antwerpen (Welkom pierewaaiers, De Laatste Wacht) en maakte o.a. met inburgerende studenten van het Huis van het Nederlands het boomgedicht De Vertelboom.

Peter Holvoet-Hanssen schrééf niet alleen gedichten samen met anderen, hij wilde ze vaak ook samen voordragen. Niet enkel met de auteurs, maar liefst ook met het publiek. Dan werd er gezongen. Denk maar aan het Torenlied, dat ook op elpee te verkrijgen is, of aan het Reuzenlied, waar het publiek samen met de stadsdichter de Kleine Reuzin in slaap heeft gewiegd.



Aandacht voor groen en erfgoed

Kenmerkend aan Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen is tot slot zijn aandacht voor bedreigd groen en erfgoed. Zijn zorg voor bedreigd groen komt heel expliciet aan bod bij het boomgedicht De Vertelboom, maar loopt als een rode draad door al zijn gedichten.

In verschillende gedichten is zijn bekommernis om ons erfgoed ingeslopen. Denk hierbij maar aan Welkom pierewaaiers dat te lezen is op de 3,2 km lange waterkeringsmuur en het oude Wandelgedicht van wijlen Herman J. Claeys integreert. Aan Salette waarvoor hij een tijd - samen met Ruth Lasters - resideerde in Het Paleis op de Meir. Of aan het verhaal in de kortfilm De Veer van César, waarbij de tekst van het stadsgedicht Brief aan Jérôme van Holvoet-Hanssen de rode draad is van deze kortfilm over een oude man die verdwaalt in de leefwereld van het speelgoed in zijn speelgoedwinkel. Nicolaas Rockox werd geëerd met een naamdicht (acrostichon) dat sindsdien de tuin van het Rockoxhuis siert.

Of in de woorden van Holvoet-Hanssen zelf: “Mijn verzen blijven hangen in de takken van bedreigd groen, en nestelen zich in ten onrechte afgeschreven gebouwen, maar evengoed bezingen ze de schoonheid die huist in mensen en kleine dingen.”



Buiten de grenzen

Antwerpens StadsPeter Holvoet-Hanssen keek over de grenzen van de stad. Naast het uitnodigen van dichters uit binnen- en buitenland, trok hij ook zelf naar Oostende. De stad is zijn maîtresse bij wie hij op adem komt. Holvoet-Hanssen trok ook letterlijk naar Oostende: zijn laatste wapenfeit als Antwerpens stadsdichter was de onthulling van een fragment 'Aangespoeld in Oostende' op een muur in Oostende op 21 januari 2012. Antwerpen entert Oostende, Oostende en de zee komen naar Antwerpen!

 

Het boek

De luxe-editie van 'Antwerpen/Oostende' (Uitgeverij Prometheus) bevat naast alle Stadsgedichten en gedichten van 't Stad ook zeegedichten, een extra stadsessay en schuimend zeeproza ('citybook' Oostende i.o. deBuren). Dit alles resulteerde in 2 gebonden bundels in één foedraal in een ontwerp van Jelle Jespers met gratis dvd van 'De Veer van César' en met de zeefoto's en -tekeningen van Jo Clauwaert in kleur.
Deze luxe-editie was al snel uitverkocht en werd een collector's item.
Op 21 maart 2012 (Internationale Poëziedag) verscheen de tweede druk van 'Antwerpen/Oostende': in paperback en met zwart-wit afbeeldingen.